maandag 27 december 2010

Marijke

Vroeger was Marijke een meid die van het leven een feestje maakte. Ze heeft, na bij een bakker, slager en in een aantal andere baantjes gewerkt te hebben, haar 'ding' gevonden: De horeca. Met veel plezier staat ze achter de bar in het middelgrote dorp waar ze is opgegroeid. Ze kent iedereen bij naam, weet wat ze graag drinken en is een graag geziene gastvrouw. Ze schuimt verschillende feesten af en vindt een prachtig plekje om te wonen: Midden in het bos staat een schattig vakantiehuisje waar ze met haar twee honden met veel plezier en genoegen woont. Overdag slaapt ze uit, dan gaat ze een lange wandeling maken met de hondjes en 'savonds staat ze in de kroeg. Het leven lacht haar toe.

Ze is 36 als ze wordt getroffen door een CVA. Haar rechterarm en been kan ze niet meer bewegen en haar spraak is volledig verdwenen. Ze revalideert zich suf, maar na twee jaar is ze uitgerevalideerd; méér dan dit gaat het niet worden. Ze kan haar rechterhand alleen ter ondersteuning inzetten en haar been kan ze gebruiken om zich voort te bewegen in haar rolstoel, heeft een kleine stafunctie, maar zonder rolstoel kan ze niet. In haar hoofd is ze nog dezelfde Marijke als altijd, maar omdat ze zich niet kan uitdrukken, wordt het leven er niet gemakkelijker op.

Nu is Marijke vijftig en woont al 12 jaar op deze woonlocatie. Al heel wat medewerkers heeft ze aan zich voorbij zien trekken. Ze kan haar eigen ADL verzorgen, ze heeft alleen hulp nodig bij het aantrekken van haar steunkousen. Ze is altijd vrolijk en kan een paar woorden zeggen. Als je het huis binnen komt, word je vaak begroet met een welgemeend "Há-llóóó!" van Marijke. Ze komt regelmatig met snoepjes aan de deur van de personeelskamer. Ook haar medebewoners laat ze hierin niet onbedeeld. Een gesprek met Marijke is best mogelijk, als je er maar de tijd voor neemt en gerichte vragen stelt. Wat belangrijk is, is dat je niet vergeet dat Marijke een vrouw is met prima cognitieve vermogens. Iets wat -vooral staigiares- nog wel eens vergeten. Die gaan hard tegen haar praten op een toon waarop sommige mensen tegen een kind praten. Marijke blijft gewoon vriendelijk en legt het naast zich neer. Vervlakking kan één van de zegeningen van hersenletsel zijn.

Het is tweede kerstdag, en ik sta in de wasruimte de was op te vouwen. Het komt niet vaak voor dat daar tijd voor is, maar het is ontzettend rustig. Veel bewoners zijn naar familie om kerst te vieren. Marijke komt de wasruimte binnen en houdt me gezelschap. De grote droger draait op volle toeren, dus het is een kabaal van jewelste. We ginnegappen samen wat en hebben een leuk gesprek. Ergens in het gesprek -we hebben het net over haar dagbesteding gehad, en wat ze daar allemaal doet- kijkt ze me peilend aan. Ze zegt: "Ik" en ze maakt het gebaar voor Stop. Ik vraag of ze gaat stoppen op de dag besteding. "Néé" zegt ze. "Ik" zegt ze weer, en maakt weer een stopgebaar. Ik begrijp niet goed wat ze bedoelt en vraag waar ze mee gaat stoppen. Ze zegt: "Ik" en maakt een ander gebaar die ik niet thuis kan brengen. Achteraf weet ik dat ze een kruis maakt, want daarna zegt ze: "Ik", telt op haar vingers, haalt haar schouders op, trekt haar wenkbrauwen omhoog en zegt: "Dood!" Het blijkt dat ze -na jaren nadenken en rijp beraad met haar broer en zus- een beslissing heeft genomen om een euthanasieverklaring op te stellen. Ze heeft alles al in kannen en kruiken, geregeld wat er geregeld moet worden met artsen en alles. Het enige wat haar nu nog in de weg staat is een goed moment zoeken. Ze geeft aan dat ze het nog wel een beetje eng vindt. Ook tegen het afscheid nemen ziet ze erg op. Het juiste moment is duidelijk nog niet daar. Maar het geeft haar een prettig gevoel dat ze alle touwtjes zelf in handen heeft, en dat het kan gebeuren op een moment waarop zij er klaar voor is. Ik weet niet goed wat ik hier op moet zeggen, heb niet de juiste woorden paraat en zeg dat haar ook. Ze lacht er een beetje om en gebaart dat ik niets moet zeggen tegen de mensen in het huis. Uiteraard.

Inmiddels is de was opgevouwen,en zit in de juiste wasmanden. Ik zie op de klok dat het tijd is voor het koffiemoment met 'mijn eigen' bewoners. Marijke woont op een andere afdeling dan de mijne. Marijke ziet ook de tijd en maakt aanstalten om naar haar eigen huis te gaan. Ze lacht, ik grimlach terug, en ze vertrekt. Mij een beetje beduusd achter latend. Hoe sterk moet je daar voor zijn!?

vrijdag 24 december 2010

Wat een heerlijke pre-kerstdag

Dat je 'smorgens, na een uur (in plaats van een half uur) rijden ein-de-lijk aankomt op je werk (om tien voor zeven), en dat je dan de parkeerplaats niet eens op kunt komen vanwege overmatige sneeuwval. Je banden gieren het uit: in zijn één, in zijn twee en in de achteruit. Dat er twee mensen staan te kijken waartoe je je wanhopig went: "En nu?" En dat zij dan spontaan met zijn tweeën tegen jouw auto gaan staan duwen om je in ieder geval van de straat te krijgen. Hoe je er dan later weer uit moet, dat is van latere zorg. Bovendien heb je drie parkeerplaatsen voor jou alleen, want recht heb je de auto niet meer kunnen krijgen. Die spontane hulp was hartverwarmend!

Dat je 'smiddags, als je dienst is afgelopen (je hebt geen moment aan de auto gedacht en vooral hoe hem er uit te krijgen), bij je auto komt die breeduit staat geparkeerd en dat je denkt: "Oh ja." Je banden gieren het uit: in zijn één, in zijn twee en in de achteruit. Je stapt weer uit en begint de banden met je voeten uit te graven. Aan de overkant staat een dame met een peuter op de arm te kijken en in gebrekkig nederlands zegt ze: "Joe moet die mat gebreuken! Die otomat! Oender die wielen en dan raiden!" Ik heb de automatten toch al afgeragd, dus dat plan komt mij niet geheel onlogisch voor en ook om haar niet voor het hoofd te stoten (...) leg ik twee otomatten achter de wielen. Eentje vóór en eentje achter, op aanwijzing van die dame. Ik probeer het nogmaals. het lijkt een beetje te lukken, maar toch schiet ik maar dertig centimeter op. Ondertussen komt een auto aan gereden, en de meneer wenkt vriendelijk dat ik er maar even tussen moet piepen. Ik knik en gebaar dat ik wel wíl maar ik weet niet hoe, ik weet niet hoe, ik weet niet hoe! De meneer zet zijn auto aan de kant, stap uit en lacht vriendelijk. Het blijkt een móóie meneer te zijn, altijd leuk. Hij gebaart dat ik van vóór naar áchter moet gaan. Ja, mooie meneer, ik wil wel maar ik kannie! Maar -om hem niet voor het hoofd te stoten (...) Rij ik drie centimeter naar voor, drie centimeter naar achter. En nogmaals En nogmaals. En verdomd, de vieder keer kom ik zéker twee centimeter verder. Maar dan gieren de banden weer en lijkt het hele bevrijdings verhaal zich in een impasse te bevinden. De mooie meneer komt bij mijn raampje staan en zegt vriendelijk: "Ik help je wel even", en begint te rukken. Uhm, aan mijn auto welteverstaan! "Naar vóór, naar áchter, naar vóór, naar achter!" roept de mooie meneer enthousiast. Ik doe braaf wat mij gezegd wordt. Ondertussen blokkeer ik de hele weg en er heeft zich aan beide kanten al een beste sliert auto's verzamelt. Met daarin écht aléén maar mánnen! Die allemaal glimlachen, ongelogen. Ze willen allemaal dit arme, domme vrouwke redden, die géén winterbanden heeft, en zo te zien ook niet weet hoe ze los moet komen. Hier en daar zie ik al enkele portieren open gaan, echt waar. Ik kom langzaam los, en de mooie meneer wordt nóg enthousiaster: "Jaaahaaa! Jaahaaa! Bijna! Jaaaaah!" Ik zeg: "Oh, wat bent u een engel! U bent een kérstengel! Heel erg bedankt!" "Uiteraard! Graag gedaan." En hij is toch zo gewoon gebleven, je snapt het niet. De mevrouw met de peuter op de arm roept: "De mátten! Niet die mátten verketen!" En werpt ze door mijn open raampje. Ik blijf maar roepen dat er zulke áárdige mensen in Grote Stad wonen (terwijl de buurt waar ik werk niet echt hoog staat aangeschreven bij de politie, zeg maar) De dame en de mooie meneer blijven mij uitzwaaien tot ze me niet meer zien, en ik rijd met een gelukzalige glimlach richting huis: hartverwarmend!

Dat je -gelukkig is de snelweg ietsje beter begaanbaar, en durf je op sommige stukken zelf hónderd km per uur- een vrachtwagen inhaalt. Blijkbaar kwam ik toch wat voorzichtig over, want zodra ik langs de vrachtwagen heen ben, knippert hij met zijn lichten dat ik naar rechts kan. Ik moet er hardop om lachen. Ja, het valt nog niet mee voor mij om de achterzijde van zo'n Ford Focus Station in te schatten, haha!

Dat je een leuke kerstavond hebt met je schoonfamilie met een vree(t)dzame maaltijd en gezelligheid. En dat je dan met ál je mannen thuiskomt, en je meldt dat je jonge heren die 'nepkadootjes' onder de kerstboom mogen uitpakken. Er zit voor allebei een Ipodoplader cq wekkerradio in. "Chill!!" En dat ze dan allebei spontaan hun scrupules opzij zetten en jou én Prins allebei stralend en blij een dikke klapzoen geven. (dat is toch al weer een hele poos geleden voor beiden). Het was de kers op de taart, heerlijk. Hartverwarmend!

Fijne dagen en geniet van wat je hebt!

woensdag 22 december 2010

Stress? Neuh..

Vorige week gebeurde het dan toch: Mijn emmertje liep vol. Vraag me niet hoe het kan: ik snap het ook niet. Ik kan het eerlijk gezegd ook niet goed hebben van mezelf. Want als ik het sec bekijk, heb ik een luizenleven. Ik werk 70%. (Okee, de laatste weken wellicht ietsje meer, maar kom, ik ben een jonge, bijdehandte, selfmade woman, die zich niet door een paar uurtjes meer werken in de hoek laat zetten. Toch?) Ik heb een vent die mij op handen draagt (nou ja, net letterlijk, dat zou wel wat onverstandig zijn); die zijn handen uit de mouwen steekt waar nodig, en regelmatig zomaar alle vuile was omtovert tot fris geurende was, die nadat ik van mijn werk kom, gevouwen en wel in de juiste kasten ligt. Ik heb twee gezonde jongens; ja, kost wat energie, maar dan hebbie ook wat: buitenshuis zijn ze toch in ieder geval nette mannen, die met twee woorden spreken, werken voor hun kost, het redelijk tot goed doen op school en die binnenshuis, soms met enige dwang und drang zelfs nog wel een iets voor je willen doen, buiten hun gewone dagelijkse taken om. Op mijn werk word ik zeer gewaardeerd, zoniet de hemel ingeprezen. Dat ik hier en daar wat achter loop met mijn administratie, en een complete nul ben in de ADL, een onderdeel wat ik niet schuw maar ook niet bemin in mijn werk, dat wordt door anderen door de vingers gezien en besmuikt lachend de schouders over opgehaald. Ik kan dus wel een potje breken.

Wat the f*ck is het dan wat mij op dit moment zo onrustig maakt? Ik heb geen idee! Mijn gedachten malen rond met alles wat ik nog (vaak van mezélf) nog moet doen, en waarom zitten er maar viernetwintig lousy uren in een dag!? *Zoveel te doen. Ik heb nog zoveel te doen.*

Dinsdag was het klaar. Het lukte gewoon niet. Ik had eigenlijk een dagdienst willen draaien, waarbij ik net na de spits zou gaan rijden, zodat ik a. een heel eind zou kunnen komen met mijn administratie op 't werk, b. ik een werkoverleg zou kunnen voeren met mijn leidinggevende, zoals gepland, c. ik naar de afscheidsborrel van twee collega's kon aan het eind van de middag, d. ik daarna nog een paar uurtjes zou kunnen gaan werken, en dan e. 'savonds kon gaan kroamschudden* met het hele team bij een collega. De dag begon niet goed. Oftwel: er kwam niets uit mijn handen. Waarop ik besloot om dan maar om 13 uur te beginnen, zodat ik op tijd was voor het werkoverleg. Ik trok mij de haren bijkans uit het hoofd als ik er alleen maar aan dácht dat ik op tijd ergens -waar dan ook- zou moeten zijn. Dat past niet bij mij, mensen. Helemaal niet omdat deze afspraak om 13.00 uur was. Ik merkte dat ik het niet meer trok. Ik belde mijn leidinggevende. Die pakte niet op. Ik stuurde een mail, waarin stond dat ik het vandaag niet ging redden om 13.30 uur, en dat ik haar op dat tijdstip zou bellen over het hoe en wat. En ik dacht nog zo: Ik ga niet huul'n! Bah! Maar natuurlijk, ik ging wél huul'n, om half twee met mijn leidinggevende aan de telefoon. BAH! Lang verhaal kort: Ik ben 'savonds alleen maar met mijn team wezen kroamschudden.

Ik had een afspraak met twee vriendinnetjes staan, afgelopen weekend in Groningen. Heerlijk therapeutisch werken dit soort afspraken altijd. Vaak kom ik volkomen Zen terug. Dit keer was ik niet helemaal Zen bij terugkomst, maar ik had toch weer even lekker bijgetankt. Leidinggevende zei vooraf ook dat ik hiervan vooral moest genieten. Niet dat ik dat niet had gedaan als zij het niet had gezegd, maar toch geeft dat een vrij relaxed gevoel; weten dat je leidinggevende snapt waar de zere plek zit. Na vier dagen vrij (een luxe!), moest ik vandaag weer aan de bak. Ik besloot het rustig aan te doen, en om te beginnen een halve dag te gaan werken.

'sMorgens om een uur of negen maak ik al de balans op van wat ik allemaal moet doen. Voorbeeld: vandaag
9.00 uur: Ik moet niet vergeten om:
- die laarzen die al na twee dagen dragen al beschadigd waren te ruilen
- spullen op te halen bij een fabriek voor het bedrijf van een goede kennis in de plaats waar ik werk
- de wc te schrobben
- de planten water te geven
- de vaatwasser uit te pakken
- de verjaardag van zoon van vriendin niet vergeten
- met twee clienten een orientatiebezoek brengen aan een activiteitencentrum
- oja, en vanavond is er ook nog een kerstborel van het werk!

Praktijk:
Na het douchen, scrubben, poetsen en wat dies meer zij, is het al 10 uur. Jongste heeft hulp nodig bij het op de fiets knuppen van zijn posttas, dus die maak ik wakker uit zijn marmottenslaap: "Als ik je nog moet helpen, prima, maar ik ga zo weg, dus..." Jongste brak en duf uit bed, ik hem helpen. Spullen bij elkaar zoeken (zoals: Mobiel, autopapieren, appel, brood, flesje water, siegretjes, aansteker, portemonnee, sleutels, x2. De laatste drie items waren uiteraard onvindbaar, maar blijkbaar heb ik een selectief zicht, want Jongste viste ze alledrie met zijn duffe hoofd tevoorschijn. Om 10.30 uur op naar Kleine Stad om de laarzen te ruilen. Werd niet moeilijk gedaan bij Schuurman, mooi, meteen nieuwe uitzoeken. Maar ja, dat duurt toch al snel een stief half uurtje voor je verder bent. En dat vind ik nóg knap van mezelf! Op weg naar de auto ontdek ik dat ik geen brood bij me heb. Even langs de bakker  patissier en broodspecialist dan maar. Waar een rij staat van hier tot heul ver, en de meiskes achter de toonbank hebben geen flauw benul van de wereld buiten de winkel, en met hun klanten en passant nog even de laatste Stadroddels doornemen. Voor het luttele bedrag van € 3,10 ben ik zes krentenbollen rijker. (Dat is fl 1,15 per bol, maar terugrekenen doe ik al jaren niet meer) Op de weg is het, uhm, niet echt goed gestrooid zeg maar en ik glibber Kleine Stad uit, naar de snelweg, waar het wel goed toeven is, want niet glad, naar Grote Stad, 35 km verder op. Daar moet ik nog 'even' iets ophalen voor een goede kennis zijn bedrijf. Geen probleem. Ik rij lángs mijn werk, maar moet nog even dieper De Grote Stad in, en ben drie kwartier later dan toch eindelijk op mijn werk. Kortom: Ik ben om 10.30 uur van huis vertrokken, en kom om  12.45 uur op mijn werk aan. En dan moet mijn werkdag nog beginnen. 

Nou ja, lang verhaal kort, maar mijn halve werkdag vandaag was niet heel productief. Aansluitend was er een kerstborrel met alle collega's, wat er gezellig was. We kregen iets mee van onze baas: Een heuse slogan voor het nieuwe jaar. Ze sloeg de spijker op zijn kop. Mooi hoe dat gaat. De slogan was:
"MOET IK DIT NU DOEN" Volgens haar op vijf verschillende manieren uit te leggen:
Moet ik dit nu doen?
Moet ik dit nu doen?
Moet ik dit nu doen?
Moet ik dit nu doen?
Moet ik dit nu doen?

Ik zeg: Laat dit ons aller slogan zijn voor het komende jaar. Ik vind het briljant!



* Op kraambezoek in Twente

woensdag 15 december 2010

Een meid er bij..!

Gisteren belde mijn beloved broertje op met de verheugende mededeling dat hij en zijn vrouw bij de twintig-weken-echo te horen hadden gekregen dat zij een dochter krijgen. Een dóchter! Een meisje in deze jongensfamilie! Hoe leuk is dat! Ik denk dat bovenstaande zaken niet al te veel voor zullen komen in huize Broer-van-Eef, omdat zij wel stoere menschen zijn, maar toch is het leuk om er bij weg te dromen.. PIP-behang! Hoe leuk is dat! Maar goed. Misschien moet ik mij van de inrichting van de babykamer maar verre houden. Ik bied uiteraard wel mijn diensten aan, maar op een bemoeizuchtige (schoon-)zus zitten ze vast niet te wachten.. Maar mocht het me gevraagd worden, trek ik alle registers open, haha! Wát een leuke meisjes-dingen zijn er eigenlijk..! Ik overweeg serieus om te gaan leren haken; ontzettend cute vestjes kom ik overal tegen. Wat me bij De Neef van Eef helemaal mis ging (ontzettend veel plannen om allerlei dingen te gaan m aken, maar weinig euhm.. wol zullen we maar zeggen) gaat me nu zéker niet gebeuren! (Denk ik) Ik ga aan de slag! Eerst maar eens rondkijken wat er allemaal te maken valt. (En dan proberen om niet te veel weg te dromen bij al dat guitige spul, zoals dat de vorige keer gebeurde..!)

Hoe leuk is het als je kleine broertje (weer) vader wordt!!

maandag 13 december 2010

Laat mij uw verjaardagskalender zien, en ik zeg u hoe u bent


Ik kan de foto helaas niet kantelen, op de één of andere manier, jammer!

Moet ik nu iets doen aan mij goed laten informeren, meteen 'nieuwe' verjaardagen opschrijven, een beter time-management, of gewoon een nieuwe kalender kopen en met potlood invullen?
(Tess was trouwens 2 december jarig..!)




vrijdag 10 december 2010

Pubervanzelfsprekendheid


Gisteren, 18.30 uur:

"Hee mam, ik moet nog even een briefje schrijven voor mevrouw S. van wiskunde, en die moet jij ondertekenen."
"Oh. Ik hoefde vroeger nooit brieven te schrijven naar leraren. Waarom moet je dat dan?"
"Nou, ik had een S.O. verkloot, en toen mocht ik hem samen met iemand anders overmaken, maar diegene kwam niet opdagen, en dus heb ik hem ook niet gemaakt, en nu moet ik een briefje schrijven waar jij ook je handtekening onder moet zetten."
"Wacht even hoor, Oudste. Je hebt een S.O. verkloot, de juf geeft je een kans om het goed te maken, maar omdat iemand anders niet komt opdagen, heb jij hem ook niet overgemaakt?"
"Pff, ja, hehe. Ik stond op hem te wachten, maar hij kwam niet, en het uur daarna hadden we les van mevrouw S., en toen heb ik gezegd dat P. niet kwam opdagen, en ik dus ook niet."
"Wacht even Oudste, ik geloof niet dat ik het goed begrijp. Je krijgt de kans om een verkloot S.O. over te maken, gewoon omdat mevrouw S. jou zo'n aardige jongen vindt, en jij komt niet opdagen, omdat iemand anders niet komt opdagen? Hm, ik vind dat op zijn zachts gezegd een beetje dóm."
"Pfft, ja. Wist ik veel dat die ander niet kwam! We moesten hem sámen overmaken!"
"Sámen overmaken? Dus jouw cijfer hing af van die ander?"
"Pfft, nee dat niet, maar ik stond op hem te wachten, en ineens was het tijd voor het volgende lesuur en toen heb ik gezegd dat ik op hem had staan wachten en dus het S.O. niet had kunnen maken. En nu moet ik een briefje schrijven om hem alsnog te maken! Pfft!"
"Dus, Oudste, als ik het goed begrijp, heb jij een S.O. verkloot, de juf geeft je een tweede kans, jij laat het uur waarin je hem kunt maken gewoon voorbij gaan, de juf zit een uur voor niets op jou te wachten, en nu krijg je alwéér een kans om hem over te maken, gewoon door een briefje te schrijven?!"
"Ja, wist ík veel dat die jongen ziek was! Daar kon ik toch niets aan doen?!"
"En nu wil je graag dat ik dat zomaar onderteken? Zonder vragen?"
"Ja, mijn hemel zeg! Is dát nu zo moeilijk? Ik ben éérlijk door te zeggen dat ik een S.O. heb verkloot, ik vraag alléén maar of je een handtekening wilt zetten, en meteen heb ik weer de grootste poppenkast!"
"Nou nou, Oudste, volgens mij heb jij Poppenkast-gewijs gezien nog niet zo héél veel te klagen hier in huis. Ik vind het gewoon Olie-Oliedóm van jou dat je een kans om een fout te herstellen laat afhangen van iemand anders. Die niet de moeite neemt om jou te zeggen dat hij niet komt. Wat ik overigens ook niet had gedaan als ik ziek was geweest, omdat jouw cijfers  niet van die ander afhangen."
"Pfft! Pfft! Sjémig! Nou! Wil je dat briefje nu nog ondertekenen of niet?!"
"Ik wil hem wel ondertekenen, maar alléén als jij een heel goed briefje schrijft, waarin je laat zien dat je het zelf eigenlijk ook een stomme actie vindt."
"Pfft!"

Vanmorgen 8.00 uur: (De les begint om 8.10 uur)
"Heb je die brief nou nog geschreven?"
"Ow ja!"(Roffelt de trap naar boven, en weer naar beneden)
"Hier!"

"Hoi mevrouw S.

Kan ik nog een kans krijgen om het S.O. over te maken? Het was erg dom van mij om niet te komen. Mijn ouders vonden het ook erg dom. Ik hoop dat ik nog een kans van u krijg.

Groetjes, Oudste."




Voor galg en rad, zeg ik u.

zaterdag 4 december 2010

Volgende week vrijdag, jawel op de verjaardag van De Neef Van Eef, loopt mijn rijbewijs af. Hoogste tijd dus om een nieuwe aan te vragen. Dat dacht ik gisteren al, en ik wist dat donderdagavond het loket Burgerzaken in Het Dorp geopend is. Maar heel de dag gewerkt, en nog inkopen te doen voor Snieklaas, had ik eigenlijk niet zo veel zin om met mijn coupe 'Achterstevorendoordeheggekropen' pasfoto's te gaan laten maken waar ik nog tien jaar tegen aan moet kijken.
Dus toog ik gister met een blij gemoed met de mannen naar De Stad om daar in één klap alle k'dootjes in te slaan. We stonden verbaasd van onszelve: Prins ging met Oudste en ik met Jongste, en zowaar hadden we alles binnen een uur in the pocket. Dat is ons nog niet eerder gelukt, zo soepel verloop van Snieklaasinkopen doen! (Nu alleen nog maar de gedichten en surprises. Voor zaterdag 19 uur. Eitje.)

Was ik nu maar gewoon een fotograaf binnengehold (ik bedoel de zaak), en was ik nu maar gewoon aangesloten in de rij voor Burgerzaken, dan had ik mijn gloedjespikfonkel nieuwe rijbewijs tijdig in the pocket gehad. Want: Ik kan zowel in Het Dorp als in De Stad daarvoor terecht, vanwege een fusie van jaren her.

Nu was ik vanmorgen -nog gekleed in mijn badjas en mijn haar op zolder- nijver bezig met surprises maken. Een torenspits voor Oudste, lang verhaal, en een (brug-)Smurfin voor Nichtje. Ik papiermacheede er wat af en het heeft er alle schijn van dat het allemaal nog lukt ook. (Ik heb een start gemaakt voor Nichtje, want als Prins dat zelf moet doen, wordt het hem niet, dat vind ik zo sneu voor Nichtje)

Nadat ik gedouched had, weer was opgedroogd en een lichte doch voedzame lunch tot mij had genomen,  toog ik vol goede moed naar de fotograaf hier in 't Dorp. Die overigens zonder verwarming zat, wat heel sneu was, maar wat verder niets bijdraagt in dit relaas.

Pasfoto's maken is niet iets waarvan ik denk: Jeuh. Ze worden nooit zoals je hoopt. De foto die ik er nu (nog) op heb zitten valt overigens alles mee. Ik krom niet mijn tenen als ik hem zie. Ook niet na tien jaar nee. Er staat een mager, maar blij meiske op, met de haren welliswaar wat woest, maar de blik in haar ogen is goed. Levensvreugde lees ik er in. Na een klotejaar begon ik weer wat op te drogen. Mooi.
De foto op het rijbewijs daar vóór vond ik ook verskriklek in het begin. In die tijd (vraag me niet hoe, twintig (20!!) jaar geleden kon je nog wachten op je rijbewijs. Ik was kort voor sluitingstijd op vrijdagmiddag geslaagd, en rende dus door de Grote Stad om pasfoto's te laten maken. (Ik was ook toen al niet zo georganiseerd, nee) Ik stond dus blij en gesjeesd op de foto: Haar glad achterover van het rennen en het stralende gezicht van een pasgeslaagde. Ik kon het later wel waarderen. Op het gemeentehuis kon ik nog nét voor het weekend mijn rijbewijs meenemen. Wel in een getijpte versie, want die nieuwe dingen, kompjoeters ofzoiets, die deden het even niet. Het meisje achter de balie vroeg nog of ik bezwaar had tegen een getijpte versie: Welnee meid, voor mijn part doe je het in hierogliefen! Al met al een prettige foto, omdat het het gevoel opriep van de wereld aan je voeten! (Dat ik drie maanden later de auto van mijn vader in de prak reed, doet daar niet aan onder)

Maar goed. Vandaag wilde ik dus op voor mijn derde rijbewijs. En ja: dat is zoals het klinkt: Oud. Ik had net zo goed met mijn foute coupe van gisteren kunnen gaan, want de foto waar ik nog tien jaar tegen aan moet kijken is niet gelukt. De fotograaf snapte niet waarom ik niet blij was, en wilde er wel eentje over maken. Maar ik vermoed dat als je niet eens mag lachen ("Kijk maar positief, als je maar niet glimlacht", zei de fotograaf nog), de overheid het ook wel niet zal toestaan als je de foto volledig fotoshopt. Toch? Wát een ouwe kop, tsk. Dat komt natuurlijk van al dat Klaas-gehaast. En mijn haar zat  zit ook voor geen meter de komende tien jaar. Maar goed, daar doe je verders niets aan, het zij zo en hoe vaak kijkt er nu iemand in op mijn rijbewijs? De afgelopen twintig jaar heb ik hem een keer of vijf moeten laten zien, dus dat is te verwaarlozen.
Dus; in 't ototje, en Op Naar De Stad.

Daar hebben ze overigens twee jaar geleden een gemeentehuis neer laten zetten, daar word je gek van, zo groot. Ik was er nog nimmer geweest, dus nu zou ik dan eindelijk het grootse gebouw van binnen gaan aanschouwen. Ik moest om te beginnen al zoeken naar de ingang. Daar hing een bordje:
Even wachten aub, de deuren staan op winterstand.

Dus ik braaf wachten. En wachten. En ik dacht: Verhip, dat is wel een heel lange winterstand. Tot ik naar rechts keek, en daar een ánder bordje zag hangen, met de openingstijden. Ik vind het werkelijk niet te geloven. De Stad wil mee doen met Wie Heeft Het Grootste Gemeentehuis Waarvan De Lampen Dag En Nacht Branden, het gebouw ziet er toch wel behoorlijk futuristisch uit, De Stad zet zichzelf hier waarschijnlijk wel mee op de architektische kaart, maar..
Ze. Zijn. Alleen. Op. Donderdag. 'sMiddags.(en'savonds!!) Geopend. De rest van de week alleen maar in de ochtend. Dat héle grote gebouw! Naaaah! Dat zijn toch wel openingstijden uit de tijd dat de burgemeester nog met de koets werd opgehaald van huis, of niet dan!? Dat ze nog kookten op echt vuur, dat ze Maandag op de Bleek wasten en de vrouwen al helemaal geen stemrecht hadden.

Oftewel: Het zat niet mee vandaag.

maandag 29 november 2010

Mijmeringen

1980:

Ik ben negen jaar en zit in de tweede klas bij Juf R, de liefste juf van de hele basisschool. Ik heb geen 'beste vriendinnetjes' maar speel met wie het uitkomt, en ik zit op gym. Ik kan heel goed lezen, maar rekenen is een drama. Breien kan ik voor geen meter, maar ik moet voor handvaardigheid een soort gezichtje maken van twee vierkante groene gebreide lapjes. Dat lukt voor geen meter. Omdat het, ook na honderden aanwijzingen en even zoveel keer uithalen, echt niet lukt, mag ik een vervangende opdracht doen: een soort wandkleedje maken en ik mag daarvoor een naaimachine gebruiken. Ik maak een poppetje achter een schutting, op een grasveld. Veel effen vlakken dus, en lekker makkelijk.

Mijn broertje is drie jaar, maar ik geloof niet dat ik hem erg vertederend vind of zo, want ik heb hier eigenlijk helemaal geen herinneringen aan.

Soms speel ik met een 'gevaarlijk' jongetje uit de Achterhoven, M. Op een dag wil hij in een lantaarnpaal klimmen, en ik moet met mijn handen gevouwen voor de paal gaan staan, waarna hij op mijn handen stapt en daarna op mijn schouders. Eigenlijk wil ik dat niet, maar dat durf ik niet te zeggen. Het jongetje heeft helaas wel hondenpoep onder zijn schoenen. Ook gaan we op een dag in de schuur aan de gang. Met de zaagtafel van mijn vader zagen we een leeg pamper-pak aan flarden. Ik weet dat ik hier niet aan mag komen, maar ik wil natuurlijk wel stoer zijn, en niet zo flauw zijn om tegen hem te zeggen dat ik dat niet mag. Een wonder dat niemand iets heeft gehoord, want de zaagmachine maakt een hels kabaal. Ook een wonder trouwens dat er geen vingers verloren zijn gegaan.

1990:
Ik ben nét klaar met de Mavo, ook al ben ik negentien jaar. Wel had ik op school een grote bek en sta vooraan als er iets aan de hand is op school. Spijbelen deed ik eigenlijk nooit; heb ik slechts 1 a 2 keer gedaan tijdens mijn gehele Mavocarriere. Ik heb wat verkering met een jongen uit Het Dorp. Voor die tijd nooit van gehoord, van die plaats, maar goed. Het wordt wat meer serieus met de jongen uit Het Dorp, maar er zijn nog veel te veel andere leuke jongens en andere leuke dingen om te doen. Toch blijft de jongen uit Het Dorp hangen, op de een of andere manier. Aan het eind van het jaar nemen we een GroteMensenBesluit: we gaan samenwonen. Omdat de huurhuizen niet voor het oprapen liggen, besluiten we een huis te kópen. Wel moeten we nog van alles aan het huis doen, maar ik ben op 19jarige leeftijd de trotse mede-eigenaar van een echt huis.

Wat mijn broertje in de tijd allemaal deed: geen idee. Gewoon de dingen die alle dertienjarige jongens zo'n beetje doen, denk ik..?
2000:
Ik ben 29 jaar en heb twee kleine koters van vier en twee. Ik ben gestopt met werken bij de geboorte van de oudste. Ik ben niet gelukkig, maar kan de vinger er niet goed op leggen. Verder zijn er het jaar ervoor van allerlei vervelende dingen: mijn opa overleed, mijn moeder werd ernstig ziek, en met mijn broertje ging het ook niet helemaal zoals het gaan moet. Hij leeft met de overblijfselen en nachtmerries die hij mee terug nam uit Screbrenica, waar hij als Blauwhelm met zijn handen op zijn rug moest toekijken hoe hele volken uitgemoord werden. Hij maakt schulden en in de omgan met zijn vriendin is hij niet euh.. erg liefdevol, zeg maar.
Allemaal zaken die mij erg bezig houden, maar de jongen uit Het Dorp en ik raken elkaar kwijt in de malaise. Om mijn leven weer een beetje schwung te geven, ben ik het jaar ervoor gestart ik met de MBO-opleiding SPW. Ik ga 1 dag per week naar school. Met De Jongen uit Het Dorp en mij is het helemaal mis gelopen; we zijn kort daarvoor uit elkaar gegaan. Ik zit alleen met de kindjes in een huurhuis, moet werk zoeken en wat doe ik in godsnaam met de vakantie en de weekenden dat de jongens bij hun vader zijn?
Het blijkt dat ik het stappen nog niet ben verleerd, en in de vakantie ga ik naar Callela, waar een vriendinnetje als hostess werkt. Omdat zij nogal druk is, zo midden in de bouwvak, besluit ik zelf aan de boemel te gaan. Ik kom een leuke jongen tegen, waarbij ik een aantrekkingskracht voel, die ik nog niet eeder heb gevoeld. Ik verleg heel wat grenzen die vakantie, maar ik kijk er met plezier op terug en natuurlijk was die jongen niet meer dan een vakantie-Fata Morgana.

2010:
Ik vier voor de negende keer mijn dertigste verjaardag. Mijn kleine broertje is gelukkig met zijn vriendin, vader van een heerlijk mannetje en zo trots als een pauw. En ik ben zo trots als twee pauwen op hem.
Ik ben  klaar met mijn HBO-opleiding en kom óm in de vrije tijd, tenminste, dat gevoel heb ik. De Jongen uit Het Dorp en ik wonen alweer een heel aantal jaartjes in een leuk huis aan de rand van Het Dorp, en er gebeuren weinig schokkende dingen. Geen dieptepunten, geen hoogtepunten. Een comfortabele saaiheid, zeg maar.
Ben ik gelukkig? JA! Ik ben donders gelukkig! Ik heb twee schatjes van kindjes; beetje lastige leeftijd: je weet niet altijd goed wat je er mee moet, maar in het diepst van hun ziel (het is soms even zoeken) zijn het gewoon lieverds. Ik heb een heerlijke vent die mij op handen draagt (niet letterlijk natuurlijk, dat zou wel heel onverstandig zijn), ik heb een skitterende keuken in een heerlijk huis in een leuk Dorp. Ik heb werk, ik ben er ook nog tevreden mee en ik krijg op zijn tijd een veer in mijn kont. The mama's and the papa's leven allemaal nog in de gloria. En: meest belangrijk, wij zijn allen gezond.


Wat een rijkdom. (Hoewel, de rijkdom is nu wel een beeeeetje minder met die die allesetende monsters en de feestdagen in het vooruitzicht)

donderdag 25 november 2010

Tip van de dag

Als je na een paar uurtjes werken even snel naar de supermarkt gaat om de ingredienten te kopen voor een heerlijke kwarktaart, en je een plastic tasje bent vergeten en te zuunig bent om een tas te kópen, dan is het niet handig om een bekertje slagroom in je schoudertas te proppen, en daar bovenop kartonnen kwarktaartverpakkingen met puntige hoeken. Nee. Daar krijg je een enorme ravage van. Je rieten tas is geruineerd, en slagroom is ongelovelijk vette troep om weer uit de bekleding van je autostoel te krijgen en bovendien verhoogt dit alles de feestvreugde niet.

woensdag 24 november 2010

Mannen van 15

Het is een wereld van verschil of je acht jaar wordt of vijftien. 24 november is überhaupt niet zo'n handige datum om jarig te zijn als je je nog druk maakt om cadeautjes. Als je al loopt te stuiteren omdat Sint er weer aan komt met zijn pieten, en je ook nog je verjaardag 'moet' vieren met alle spannende zaken die daarbij komen, wordt het je soms misschien wel eens te veel. Alleen al uitzoeken welke afbeelding er op je verjaardagstaart moet, Pokémon of Dragon Ball Z, poe hee, wat een dilemma's.

Maar als je vijftien bent, vind je het 'wel leuk hoor', als je jarig bent, maar niet meer dan dat. Het liefst ging je nog aan het werk 'smiddags en 'savonds naar de voetbaltraining. Maar je realiseert je dat de opa's en oma's, ooms en tantes eigenlijk voor jóu komen en dat het misschien wel leuk zou zijn als jij daar lijfelijk bij bent. Al met al een zeer relaxte verjaardag, waarop je eigenlijk niet zo veel wensen hebt. Ja, een kwarktaart zou wel lekker zijn, maar voor de rest...

Maar mijn hemel, wat ben ik trots op dit kind die na een paar flinke bergen en dalen zijn weg in het leven nu gevonden lijkt te hebben en volledig relaxed in het leven lijkt te staan. Ik vind het niet erg dat hij zucht als ik hem een zoen voor zijn verjaardag geeft, wat daar tegenover staat het korte, blije lachje als hij wordt gefeliciteerd en een kaarsje op zijn brood ziet staan.

Lieve jongen, ik ben ontzettend blij met jou en trots dat ik je moeder ben. Ik wens je een gelukkig, blij en gezond nieuw levensjaar toe!

maandag 22 november 2010

Rust, Reinheid en Regelmaat

Meestal heb ik alles redelijk onder controle. Dan loopt het allemaal gewoon zoals het loopt. Maar soms gaat het niet zoals het moet, dus dan moet het maar zoals het gaat*. Om rust in mijn kop te creëren, helpt het vaak om dom te poetsen. Heerlijk -als het klaar is dan.

Vandaag heb ik de badkamer maar weer eens een grondige beurt gegeven. Dat was al een aantal spinnewebben geleden. Tuurlijk, de wastafel, wc en af en toe de vloer deed ik wel, maar meer met de Frande Slag en voor het oog van het Nederlands Volk. Vandaag haalde ik alle losse zaken uit de badkamer en heb er heel wat schoonmaakmiddel en water doorheen gejaagd. Maar het resultaat doet zeer aan je ogen, dus dat is de moeite zeker waard.

In drukke tijden, zoals nu (ik heb vorige week vijf dagen gewerkt, wt ik persoonlijk iets te veel vind) kan ik de boel niet zo goed meer overzien soms. Ik word narrig, en dat mist zijn uitwerking niet. Gelukkig zit er een weekendje weg aan te komen, dus dat komt goed uit. (Alleen weer zo'n gedoe voor je alles bij elkaar hebt om mee te nemen...) Maar op het werk is het vreselijk druk: Veel te doen en te weinig mensen. Dus staan er voor komende weken weer heel wat diensten open. En voel ik me geroepen om er een paar op me te nemen. Terwijl ik net vier volle dagen had weggekruisd in het rooster. Er is ook nog een verjaardag te vieren hier in Huize Prins en Eef, dus dat vind ik te belangrijk om of 'smorgens vroeg of 'savonds te gaan werken. (Ik ga onder schooltijd nog wel even een paar uurtjes, maar daar heeft niemand hier verder last van) Ik merk het zelf: het wordt te gek, en ik heb me voorgenomen (nee, maar echt) dat ik het na deze twee weken even niet meer dan echt noodzakelijk ga werken. En -ook niet geheel onbelangrijk-: Ik open mijn werkmail niet meer thuis. Voorlopig dan.

Bij mij werkt het om lijstjes te maken. Niets aparts, gewoon praktische dingen, en ja, het voelt heerlijk om een heel lijstje afgevinkt te hebben. Niet dat dat vaak lukt, maar een lijstje wat voor het grootste gedeelte is afgevinkt, voelt ook best heel lekker.

Ook op mijn werk maak ik lijstjes. Daar heb ik zelfs een apart notitieboekje voor. Ik heb hem meestal bij me, of hij ligt in mijn postvak op het werk. Soms gebruik ik hem een tijdje niet: dat betekent meestal dat de drukte makkelijk te behappen is.


Jammer is dat ik de lijstjes altijd veel te lang maak: dat krijg ik op een dag nooit af. Dus maak ik eerst een longlist, voor de hele week. Dan een shortlist voor die dag. En zo heb ik vandaag toch alweer zes zaken af kunnen vinken. Heerlijk.

Nu die andere vierentwintig nog..



* Quote Richard Kraijcek

donderdag 18 november 2010

Alles sal reg kom

Ach ja. Bijna op de kop af tien jaar geleden zat ik er minder prettig bij. Een op handen zijnde scheiding, twee kleine kindertjes en een minderwaardigheidscomplex waar je u tegen zegt, maakt niet dat je lekker gaat, zeg maar. Het half jaar wat daar op volgde, was een opeenvolging van struikelblokken op mijn pad. Het was een struggle for life, zeg maar. Ik leefde bij de dag en was altijd weer blij als zo'n dag verlopen was zonder bloedvergieten of andere ongelukken. Want het werd altijd wel weer een uur of elf; het tijdstip waarop ik toendertijd pas echt wakker werd en de dingen kon doen die voor mijzelf waren. Ja, dat waren korte nachten.

Na een half jaar in mijn alleentje met de kindjes startte ik in mijn eerste baan in vijf jaar; bbl-groepsleider op een internaat en daarnaast dus mijn studie. Hartstikke leuke baan natuurlijk, maar ook vrij intensief en niet euh, echt handig gekozen achteraf gezien, gezien de chaos die mijn leven zónder die baan al was. Mijn omgeving verklaarde me voor gek en vroeg waarom ik niet 'gewoon' op een kinderdagverblijf of in een bejaardenhuis ging werken. Dat leek me saai. Mijn ambities reikten hoger dan mijn gezonde verstand, en dat was dat. Het waren een paar zeer intensieve jaren, maar uiteindelijk heeft het me wel door de chaos die mijn leven toendertijd was heen getrokken. Tachtig procent werken, één dag in de week naar school en twee avonden in de week sporten, en oh ja, ook nog twee kleine muitertjes die hun natje, droogje en aandacht hard nodig hadden. Als ik er aan denk, word ik al moe. Gelukkig hadden -de toen gevallen- Prins en ik een uitstekende co-ouderschap, dus dat was zeer prettig.

Als ik er aan denk hoe ik toen leefde, verschrikkelijk. Maar het minderwaardigheidscomplex verdween - mede door mijn struggle- langzaam maar zeker naar de achtergrond, en er kwamen meer en meer 'goede dagen'. Het kwam en ging in een golfbeweging: Van één goede dag in de veertien dagen, ging het naar twee goede dagen in drie weken. Net zo lang tot de put van zwarte dagen opdroogde en ik weer boven het randje uit kon kijken, om er tenslotte helemaal uit te kruipen en er ver van weg te lopen. Af en toe werd ik weer naar de put toe getrokken, maar die periodes werden korter en korter, terwijl de lichte periodes langer werden. Prins en ik vonden elkaar weer terug en we kochten een heerlijk huis. De jaren verstreken en ik wist helemaal niet eens meer waar de put zich bevond. Heel af en toe kwam hij vaag in zicht, maar ook bij mij kwam er met de jaren meer en meer wijsheid; ik telde mijn zegeningen en was hier volmaakt gelukkig mee. Hier en daar een bui is niet erg, dat hoort bij het leven: zonder wrijving geen glans.

Maar als je gewend bent aan donkere dagen, dan ben je blij met elke lichte dag. Is het meestal licht om je heen, dan kun je die donkere periodes wat minder goed handelen; je bent het gewoonweg niet meer gewend. Je word er door overvallen, en het is een soort domino-effect: Ging eerst álles óveral goed, nu leek even álles óveral minder soepel te verlopen. Ik voelde me niet fit, ik werd er knorrig van, ik ging meer dan nodig mopperen op de kinderen en op Prins. Ik had wat minder goede organisatie op mijn werk, waardoor er dingetjes bleven liggen, waardoor collega's en of cliënten last hadden van mijn 'nalatigheid', zo voelde het tenminste. Ik was minder scherp, waardoor ik foutjes niet meer snel genoeg zag om ze snel te herstellen. Er kwam wat meer druk, die ik niet zo goed kon genereren als wanneer ik helemaal fit & scherp ben.

En als je nu weet waardoor het komt, dan is dat prettig. Maar ik heb geen idéé! Hoe kan het nu dat je ineens overvallen wordt door een periode van lichte depressiegevoelens, terwijl er eigenlijk he-le-maal niets veranderd?! Is het de maanstonde? Komen de Witte Wieven te dicht in de buurt? Staat Mercurius in de Waterman? Zijn het de vallende blaadjes? Geen idee. Maar feit is wel dat je struikelt, nog een keer struikelt, je hier en daar een klein schaafwondje en een blauwe plek op loopt, en dan ineens is daar de PLOP. Je pakt de dingen weer aan, je zet dingen recht, je regelt wat je moet regelen en je hebt het gevoel er weer 'bij'te zijn. Over. Het is weer licht en ik kan d'r weer even tegen, hoop ik.

Het zullen wel groeistuipjes zijn.

zaterdag 13 november 2010

Alaaf!

Ik ben anti-carnaval. Of anti.. Ik ben er niet tégen, als ik er zelf maar niets aan hoef te doen. Ik bezoek indien mogelijk wel elk jaar de carnavalsoptocht hier in Het Dorp. Dat is er eentje om trots op te zijn! In de Grote Stad waar ik werk, heb ik de optocht ook wel eens mogen aanschouwen, maar wat een aanfluiting is dát. Dus met veel plezier heb ik de afgelopen twintig jaar de optocht hier bekeken. Dat is wat de hele carnaval voor mij is. Dat er het hele weekend gefeest wordt, en je op dinsdagmiddag nog mensen met scheefgezakte hoedjes en de ogen op half zeven uit de kroeg ziet rollen, hoort er bij en ik moet er altijd wel een beetje om lachen.

Sinds vorig jaar is Oudste op onverklaarbare wijze gegrepen door het carnaval-virus. Van ons heeft ie het niet, maar verder vind ik het prima. Vanaf november 2009 waren ze met een mannetje jongentje of tien al druk bezig met een heuse carnavalswagen. Elke vrije avond werd besteed aan het opkalefateren van de wagen. Ik vond het mooi om te zien. Er is geen ouder bij aan te pas gekomen; ze hebben helemaal zelf bedacht wat het moest worden, verf gekocht, taken verdeeld en geld gelapt. De wagen konden ze van iemand lenen, een oude loods mochten ze gebruiken om de wagen te parkeren en bij een fabriek hebben ze voor elkaar gekregen dat ze afvalmateriaal mochten gebruiken. Helemaal goed dus. Voor zover ik kon overzien, is er geen onvertogen woord gevallen en hebben ze goed samen gewerkt. Toen eindelijk de Grote Dag aanbrak, konden ook de ouders het maaksel aanschouwen. Het was een soort van Hippiewagen geworden, met een slagzin waarin het woord 'Chickies' voorkwam. Helemaal goed.

Prins en ik gingen voor aanvang van de optocht kijken hoe de wagen erbij stond. De mannen waren uitzinnig van vreugde: Het was gelukt, ze stonden eindelijk waar ze wilden staan na al die maanden zwoegen. Hun wagen stond als derde in de rij van een lange-lange optocht. Toen de wagen zich in beweging zette, juichden ze allemaal, uitzinnig van vreugde. Hoe mooi om te zien, ik kreeg er bijna tranen van in mijn ogen. Aan de ene kant allemaal zo groot, maar aan de andere kant leek het nog maar zo kort geleden dat sommigen van hen samen op de peuterspeelzaal zaten..!

Prins en ik stelden ons in het midden van het dorp op, om de heren in vol ornaat langs te zien komen. De eerste wagen passeerde, de tweede, de vierde en de vijfde. Prins en ik keken elkaar aan: Hier was iets niet helemaal goed gegaan. Wij drongen ons door de massa heen, terug naar het beginpunt, de route volgend. Inmiddels was wagen nummer10 al gepasseerd, en nog steeds geen Oudste + kornuiten. Ongeveer hondervijftig meter na het beginpunt, zagen we de wagen staan, vreemd scheef langs de kant geparkeerd. De tractor was er voor weg, en een paar jongens in hun uitbundige carnavalskostuums met bloemetjes op hun hoofd zaten met de benen bungelend sip toe te kijken hoe wagen nummer 19 hen passeerde.

Mijn hart brak bijna. Waar we de mannen nog geen drie kwartier geleden uitzinnig van vreugde hadden zien vertrekken, stonden ze nu langs de kant, hun tranen verbijtend. Het bleek dat de 'dissel' was afgebroken. Ik had tot dat moment nog nooit van het woord gehoord, maar het blijkt dus de driehoek te zijn, die aan de kar zit, die verbonden wordt aan de tractor. Het lag dus helemaal buiten hun schuld, het was gewoon domme pech. Vervelend vond ik om te zien hoe sommige groepen op andere wagens hen uitjoelden. Ik wilde wel op die wagens springen en ze eens flink de oren wassen. Gelukkig waren er ook wagens waarop de deelnemers duidelijk begaan waren met het lot van de jonge hippies en hun gezicht in een meelevende uitdrukking schoot.

Één van de vaders was al met de dissel vertrokken om hem te gaan lassen, maar helaas heeft hij het niet gered om de tocht voort te kunnen zetten. Ik was er toevallig bij toen de mannen in het dorp liepen en de wagen ineens voorreed; Ze juichden dat het een aard had en klommen er enthousiast weer op. Helaas was de optocht toen alweer voorbij. De volgende dag hebben ze alsnog meegedaan met de énorm lange optocht in Andere Grote Stad; dat maakte veel goed. Het was ijskoud, maar dat deerde hen niet. Toch was het leuk geweest wanneer ze in hun Eigen Dorp mee hadden kunnen doen.

Ondertussen staan de zaken er ietsje anders voor. De wagen kunnen ze helaas niet meer lenen dit jaar. De loods is tijdens de hevige regenval ingestort. Met andere woorden: Het zit ze niet mee dit jaar. Maar, optimistisch als ze zijn, hebben ze besloten om dan maar mee te doen als loopgroep. Natuurlijk ietsje minder leuk, maar ze laten de moed niet zakken. Gisteren hebben ze allemaal € 12,50 in gelegd, en vanmorgen zijn Oudste en één van de andere jongens met zijn vader vertrokken om de atributen op te halen die ze via marktplaats op de kop hebben getikt.

Vanavond wordt de nieuwe Prins Carnaval bekend gemaakt in een feestzaal een paar kilometer buiten Het Dorp. Dat heeft vast een naam, maar ik heb er geen verstand van. Oudste gaat er met zijn ploeg op het fietsje naar toe. Het lijkt er op dat hij nu dan echt gegrepen is door het Carnavalvirus. Dat worden de eerstkomende 5, 6 jaar brakke carnavalsweekenden hier in huize Eef & Prins op 't Witte Paard. Tegen dit virus is er geen pennicilinekuurtje. Nou ja, als ik maar niet hoef...!

woensdag 10 november 2010

Het grote bezuinigingsplan

Het is klaar, fini, over & uit. Het moet anders in huize Eef en Prins op 't witte Paard. Met twee allesverslindende pubers in huis gaat de voorraad er razendsnel doorheen. Aan het einde van ons salaris is er altijd nog een flink stuk maand over. (Hoewel we het altijd wel weer redden op de één of andere manier, hoor, voor er inzamelingsacties gehouden gaan worden) Als het móet, kun je best zuinig leven. Wij mogen absoluut niet klagen met wat er hier maandelijks binnenkomt. Maar op de één of andere manier heb ik -als het loon weer gestort is- een onverklaarbare drang tot kopenkopenkopen. Nu kan ik die drang nog wel aardig onderdukken, en kom ik altijd wel weer uit, maar twee maand geleden heb ik de schop gezet in ons uitgavenpatroon. We gaan weer ouderwets een huishoudknip invoeren en kijken hoe we uitkomen. Ik moet zeggen: Het werkt! Ik deed altijd al wel braaf boodschappen met een lijstje, maar dingen die ik onderweg tegenkwam, en er lekker/ voordeling uitzagen, belandden wel in mijn karretje. Nu maak ik nauwgezet een weekmenulijst, kijk daarbij wat er nog op voorraad is, en koop daarbij alleen het hoognodige. En onder hoognodig versta ik heus ook wel lekkere dingen voor bij de koffie/thee of iets te knabbelen in het weekend; het moet wel leuk blijven natuurlijk. Ik pin aan het begin van de week een vast bedrag en daar moeten we het mee doen. Wat schetst mijn verbazing: Het komt uit! Wat zeg ik? We houden óver! Uitgaven worden nauwgezet bijgehouden in een ouderwets kasboekje (voor zo lang als het duurt) en ik maak een begrotinkje over de komende maand. Daarbij schat ik alles ruim in, zodat het meevalt.

Met argusogen kijk ik naar wat de zorgverzekering gaat doen: wéér verhogen die premie, hollee! Je hoort er bijna nooit iemand over maar hallo menschen! Weet je wel dat je een paar jaar geleden slechts tientallen guldens per maand kwijt was aan deze verenigingen? En dat dit nu honderden euro's per maand is? Waarom gaan we de baricades niet op? Het is toch te zot voor woorden? En dan zijn wij nog relatief gezond met weinig extra ziektekosten waarover je dan zelf weer een bepaald percentage moet betalen.

Vijftien jaar geleden stopte ik met werken, toen Oudste in aantocht was. Gewoon omdat ik dacht dat ik mij daar het meest prettig bij zou voelen. (Achteraf vraag je je af of dit het beste was wat ik had kunnen doen, maar goed) Die keuze zou ik nu niet eens meer kúnnen maken, als ik dat zou willen. Het is gewoonweg niet meer op te brengen door Prins alleen. Natuurlijk was het sappelen met één loon, maar het kón nét.

Samen werken Prins en ik 170%, dus we mogen écht niet klagen over de inkomsten. En natuurlijk hebben we een heerlijk huis met een recent uitgebreide en verbouwde hagelsteengloedjenieuwe keuken. Ook díe keus kónden we maken. Maar de vaste lasten rijzen de pan uit en dus heb ik onszelf onder curatele gezet, en verdomd: Ik krijg er zowaar nog lol in ook. Het heeft er alle schijn van dat we gewoon uit gaan komen, en als je een paar maandjes verder bent, zouden we mischién zelfs wat op onze -verder lege- spaarrekening kunnen zetten! Het is een way of life, in ons geval. Even de boel weer resetten, maar ook wel gewoon leuke dingen blijven doen, zeer belangrijk. Maar dan wel op een wat minder uitbundige manier, dat is al.

Ik ben nu al aan het denken wat ik straks met ál dat geld zal gaan doen...!

maandag 8 november 2010

Schokkende ontdekking

Vrijdag was het zulks slecht weer dat ik besloot om Jongste een helpende hand toe te steken. Hij had ook die idiote Postcodeloterijagenda's erbij zitten, dus het was een enorme hoeveelheid dit keer. Het is niet dat hij het vanzelfsprekend moet gaan vinden, maar omdat het die dag kón, besloot ik met hem mee te rijden met de auto om zijn post te bezorgen. we kwamen overeen dat hij een vergoeding van € 0,19 per kilometer zou geven. Mooi. Kilometerstand stond op 401,3 km bij vertrek.

Al naar gelang wij verder met de post kwamen, steeg mijn verbijstering. Ik dacht -en mét mij Jongste- dat hij twee keer per week zo'n twintig kilometer moest fietsen om de route uit te rijden. Tot onze beider verbijstering stond de teller op 439,6 km bij thuiskomst. Dat is dus bijna kindermishandeling véértig kilometer! Ik vind het te gek voor woorden, echt waar. Ik heb gelijk gemaild met de vraag om -wanneer er een andere wijk vrij komt- hij misschien hiervoor in aanmerking zou kunnen komen. Ietsje dichter op elkaar staande huizen is mischien wel prettig..

Hoewel... Je krijgt er wel enorm gespierde benen van.....!

maandag 1 november 2010

Halloween?

Halloween, daar doen we hier in 't Oost'n niet aan. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg, zegt men hier. In de stad waar ik vandaan kom, deden we nog wel Vastenaovond, wie komm'n in 't huus van vanaovond, wie komm'n in 't huus van mergenvrog, vrouw is dat niet vrog genog maar sinds ik van de basisschool af ben, doe ik eigenlijk niet meer aan verkleden en what so ever. Carnaval, daar vind ik ook niets aan (ik denk dat ik nu mensen voor de schenen aan het schoppen ben, sorry!) Heeft iets te maken met verkleedpartijen vroeger waarbij ik mij zeer ongemakkelijk voelde. Een klein jeugdtrauma, zeg maar. De kinderen hier hebben het caranval vieren ook niet met de paplepel ingegoten gekregen. Ze zaten op een christelijke basisschool, geen katholieke, dus daar werd ook niet aan carnaval gedaan. Oudste is vorig jaar met zijn maatjes wel maanden en maanden druk geweest om een carnavalswagen in elkaar te flansen, en dat is aardig gelukt. Is nog een heel verhaal maar daarover later misschien meer. Hij lijkt de overstap naar Carnaval dus langzaam wel te maken, en dat is goed, als ik er maar niets mee te maken hoef te hebben. Ik wil best een paar hand en spandiensten verlenen, maar zélf verkleden: nee.

Toch lijkt het verschijnsel Halloween zich meer en meer naar ons land en ook regio Twente/ Achterhoek te verplaatsen. Waar blijkbaar ook het nuchtere boer'nvolk hysterisch te keer kan gaan met grime en kostuums. Met trots presenteer ik u mijn teerbeminde familielid, meisje D van 18 jaar.
Schoonheid zit in de familie zoals je ziet!




zondag 31 oktober 2010

Ontstressen

Als je dertien jaar bent, valt het leven niet altijd even hard mee. Je wilt van alles, maar je weet nog niet altijd even goed wát je precies wilt en hóe je daar dan aan moet komen. Die volwassenen, daar word je ook alleen maar gek van, altijd wat te zeuren en je moet van hen ook van alles. Pfft, om moe van te worden. Je weet niet altijd wat je wilt dus, maar je weet wel dat je een playstation wilt kopen. Je verjaardagsgeld heeft je al een aardig eindje op weg geholpen, maar het eind is nog niet in zicht. Bovendien roept dat geld naar je zo gauw je de trap op komt, en dan is de verleiding zeer moeilijk te weerstaan om er niet aan te zitten: Korte termijn doelen zijn makkelijker te bereiken, en ach, je hebt nu toch een baantje. Tot je ouders er achter komen dat je heel veel (héél véél) geld hebt versnoept, en je alles moet inleveren om het in de kluis van je ouders achter slot en grendel te laten weg stoppen. Je moeder knipt in een vlaag van drift ook nog je pinpas doormidden en verbijsterd zie jij het gebeuren. Je moet terug naar af: krijgt op maandag een paar luttele euro's die je mag opmaken, maar pinnen zit er vooropig niet in; het overige geld moet je opsparen.

Dan ga je je maar richten op je nieuwe baantje: Post bezorgen. De wijk die je hebt gekregen, is niet om over naar huis te schrijven: In lengte ongeveer twintig kilometer, en in het buitengebied. Je weet de weg daar nog niet zo goed, met als gevolg dat je enkele malen terug moet fietsen naar een vergeten boerderij. Die boerderijen hebben uiteraard allemaal idioot lange opritten, en liggen vér uit elkaar. Maar hee: Doordat de wijk zo uitgestrekt is, krijg je wel een fikse wijkvergoeding. De eerste paar keren is je moeder met je meegeweest om je een beetje op weg te helpen. Jij had eigenlijk het idee dat zij de helft deed, maar eigenlijk deed je alles alleen, met alleen een paar aanwijzingen van moeders. Maar dat kun je nog niet zo goed overzien; je hebt eigenlijk niet zo heel goed opgelet, en alleen maar haar aanwijzingen opgevolgd, zodat je eigenlijk nog steeds de juiste weg niet weet.

De eerste dag dat je het alleen moet gaan doen, is je moeder een beetje ziekjes. Met een koortsig hoofd helpt ze jou om de post in de fietstassen te doen en ondertussen brabbelt ze iets over de te volgen route, en welk pakket je eerst, tweeds en derdst moet nemen. Jij ziet door de bomen het bos meteen al niet meer, eigenlijk. Je begint op je moeder te mopperen en zegt dat je er niéts van snapt! Je moeder legt het nogmaals uit, maar omdat je de straten niet helemaal vóór je ziet, is het nog steeds een wirwar van informatie waar jij niets van kunt maken. Je ziet dat je moeder haar geduld uit haar tenen moet halen, en helaas: nog steeds komt het niet bij je binnen. Je moeder kiest er voor om éven weg te lopen. Even weer wat geduld vergaren, even tot honderd tellen en diep ademhalen.

Ondertussen kom jij van je stress af, op een niet zo genuanceerde manier. Je leeft je uit op een fysieke manier. Dat is wat er met jou gebeurt als je je tot het randje geduwd voelt, je kunt je emoties dan slecht in bedwang houden. Je voelt je meteen schuldig, en loopt naar je kamer, waar op dat moment je verjaardagsgeld zich nog bevindt. Je pakt alles bij elkaar, maakt er een mooi stapeltje van en overhandigd het aan je verbaasde moeder. Om je te verklaren, wenk je haar mee naar de garage om te laten zien welke schade je hebt aangericht.




Hoeveel woede en frustratie moet je in je hebben om een ruit van gewapend glas te molesteren? Best veel, volgens mij. Het geld hoefde niet naar de ruit, verzekeringskwestie, maar toen je moeder het na-telde, kreeg je nog wel even op je falie omdat het zo weinig was. Nu je je frustratie kwijt was, kon je goed luisteren naar de aanwijzingen die je moeder je nogmaals gaf, en kon je redelijk rustig op weg gaan. Om na een half uurtje je moeder toch maar weer om hulp te vragen, waarna zij met haar koortsige kop samen met jou je wijk afmaakt. De weken die volgden, kreeg jij de route helemaal door en deed je bijna fluitend (bijna he!) je werk. De ruit werd gemaakt, de datum van uitbetaling komt steeds dichter bij, en het leven lacht je weer toe. Soms moet er eerst iets behoorlijk mis gaan voordat je weer verder kan. Zoals je moeder altijd zegt:
Zonder wrijving geen glans.  

woensdag 27 oktober 2010

Herfstvakantie, hoera!

Oudste had vandaag een duidelijke hangdag. Hij had gisteren de héle dag gewerkt, voor het eerst in zijn werkzame leven. Zijn baas heeft het wel goed begrepen met die jonge gozertjes, en hij mocht niet eerder dan morgen terug komen. Nu krijgt Oudste sinds zijn dertiende jaar kleedgeld. In den beginne was hij daar helemaal lyrisch over, want: "Wow! Kléédgeld! Voor mij alleen! Jeuh!" Inmiddels heeft hij wel begrepen dat het helemaal niet zo gek was toen moeders alles nog voor hem betaalde.
Hij is altijd al een winkel-liefhebber geweest. Toen hij nog een klein zesjarig Oudste-tje was, gingen we op een koopavond winkelen voor zijn kleine broertje die bijna jarig was. Hij vond het fantástisch! Winkelen, terwijl het al een beetje donker was! Met al die lichtjes in de stad! Hij genoot! Dat hij zelf ook nieuwe kleren kreeg was natuurlijk mooi mee genomen. Maar niet het voornaamste ding waarom hij zo genoot. Het was gewoon het gevóel. "Nee mam, pas jij dat truitje nog maar even, ik wacht hier wel op jou!" Onvoorstelbaar vond ik het toen, maar sindsdien is hij helemaal verkocht.

Terug naar het kleedgeld: Wij zijn hier mee gestart om hem de waarde van geld te leren kennen. Of in ieder geval: een poging toe te doen. Zijn zakgeld kwam gewoon op zijn bankrekening en daar kon hij uiteraard gewoon bij. Het kleedgeld kreeg hij handjecontantje, maar dit bewaarden wij altijd wel voor hem. In de kluis. Hij hield nauwkeurig bij hoeveel hij 'al' had, voor zover er sprake kan zijn van 'al' als je € 25,- per maand krijgt. Daar doe je natuurlijk helemaal niéts mee. Maar goed: Oudste leek het na drie maanden achtereen alles er door heen jassen wel begrepen te hebben: wie wat bewaart die heeft wat, en hij begon zijn kleedgeld op te sparen. Eens in de zoveel tijd, als Oudste weer iets nieuws nodig heeft, gaan we samen winkelen. Dat is altijd erg leuk. Niet dat we dan diepgaande gesprekken hebben, maar winkelen is iets wat we allebei leuk vinden, en dingen die we allebei leuk vinden zijn de laatste jaren steeds schaarser geworden. Natuurlijk weet Oudste ook wel dat er altijd wel iets aan de strijkstok van Moeders blijft hangen, en ik weet dat hij dat weet, maar dat mag de pret niet drukken. Ik bedoel: Van € 25,- per maand kun je niet én spijkerbroeken, én t-shirts, én hippe bloesjes, én longsleeves, én wintertruien én (minstens) twee paar schoenen, én ondergoed, én sokken, én een winter - en zomerjas kopen.

Ons idee is: Je leert pas met geld omgaan als je het hebt. En Oudste heeft dit wonderbaarlijk goed opgepakt. Het kleedgeld opsparen doet hij goed, en nu hij door zijn baantje ook wat geld verdient, kan hij zichzelf helemaal bedruipen. Hij is in de zomer meerdere dorpsfeesten afgeweest, en heeft daarvoor -afgezien van zijn zakgeld- geen cent van ons daarvoor gehad. De talloze verjaardagsfeestjes: idem dito. Een maand geleden kon hij via een maatje aan goedkoop (legaal) vuurwerk komen; heeft dit besteld en krijgt dat straks op de 'normale' tijd aangeleverd. Dit heeft hij bij ons gemeld, wij hebben ons er niet te veel tegenaan bemoeid. Hij moest het uiteraard wel vooruit betalen. Hij heeft een gokje gewaagd en ons (ná de bestelling) gevraagd of wij dit konden voorschieten. Dit hebben we geweigerd: "Jij bestelt vuurwerk, dan moet je ook de consequenties aanvaarden." "Ja maar, die jongen moet het óók al betalen." "Dat is jouw probleem." Hij heeft even peentjes gezweet, wat meer gewerkt, kon ook even niet zoveel lekkere dingen kopen, maar hij heeft wel zijn 'schuld'  ruim op tijd afgelost. Ik ben zo trots op dat joch! Ik heb het idee dat hij de waarde van geld best wel enigszins in het snotje heeft, en goed nadenkt voordat hij het uitgeeft.

Met ingang van deze maand krijgt hij ook zijn kleedgeld op zijn rekening gestort. Ik vertrouw hem daar wel mee, en lukt het niet, kunnen we het altijd nog weer anders doen. Afgelopen weekend stortte ik zijn opgespaarde kleedgeld plus kleedgeld van deze maand op zijn rekening. Ook deed ik er wat extra bij, omdat ik vind dat hij dat wel verdiend heeft. Nu voelt hij zich een Echte Gooische Jongen. Hij vroeg of het een goed idee was dat hij zou gaan pinnen, zodat hij kon zien wat hij nog had en dus wist wat hij nog kon uitgeven. Ik juichde dat van ganser harte toe, want pinnen is en blijft een beetje een 'blind' ding. (Note to self: Opletten dat hij niet met een dikke portemonnee naar zijn werk gaat morgen!")

Omdat ik mijn vakantie ook goed wilde besteden, heb ik de schilderskwast maar weer eens ter hand genomen, en een klus opgepakt die al zes jaar op me ligt te wachten: De gang / overloop / zolderoverloop. Oudste was de hele dag al een beetje rond aan het hangen, verveelde zich een beetje. Op zich al best bijzonder, want Oudste is een nogal ehm.. uithuizig type. Vanmiddag om 15 uur bedacht hij zich het volgende: "Zeg mam, als Jongste klaar is met zijn post, kunnen we dan niet even naar Grote Stad om kleren te kopen?" (Jongste heeft ook kleren nodig) Picture this: Ik sta in mijn ouwe schilderskloffie, mijn haar niet gedaan, met het puntje van mijn tong uit mijn mond zéér secuur een knap staaltje schilderkunst weg te geven. Ik was net lekker op dreef, had er plezier in gekregen ondanks dat ik behoorlijk tegen deze klus heb opgezien. Oudste wéét dat ik graag met hem ga winkelen. Niet alleen omdat ik zelf zo graag winkel, maar het is altijd wel een soort van geluksmomentje voor mij. Hij speelt daar nauwkeurig op in, komt met allerlei argumenten waarom het er niet meer van komt deze week dat we alledrie kunnen (en heeft nog gelijk ook..! Aaargh!) en dat Nú toch écht het ultieme tijdstip is om dit te gaan doen. En écht: Ik overweeg serieus om mijn kwast neer te gooien waar ik sta, mijn gewone kleren aan te doen, een lik gel/schuim/wax in mijn haar te smeren en met hem en zijn broertje op pad te gaan.

Gelukkig kom ik bijtijds bij zinnen: Ik zou halverwege moeten stoppen, en het zou ons hele dagritme (voor zover daar in de vakantie sprake van is) in de war schoppen. Nu ben ik niet zo'n StructuurMiep, maar om alles nu om te gooien om twee uurtjes te kunnen gaan winkelen... Nee. Niet zo Ad-Hoc in ieder geval. (of ben ik toch meer StructuurMiep dan ik dacht?)

De enige overgebleven mogelijkheden deze week zijn de donderdag-namiddag/ vroege avond of koopzondag. Die tweede valt voor mij meteen al af, want ik word gillend gek op die Koopzondagen. Donderdag kan Jongste alleen niet mee, omdat hij dan moet trainen, en het moet wel heel gek gaan wil hij dát afzeggen. Maar Jongste is ook minder van het winkelen dan Oudste, en die kan nog wel een weekje wachten, zei die. Dus gaan Oudste en ik donderdagmiddag naar de Grote Stad om kleren te gaan kopen. Ik heb d'r zin an!



Opmerking: Wie denkt dat het in de family runs, dat goed met geld omgaan, heeft het mis, want Jongste heeft een aanzienlijk deel van zijn verjaardagsgeld uitgegeven aan snoep, en andere lekkernijen. Waarop ik nijdig zijn pinpas doorknipte en zijn verjaardagsgeld in de kluis opborg. Nondeju, wel hier en gunder, duizend bommen en granaten! Leermoment. Voor beide partijen.

zondag 24 oktober 2010

Crazy Saturday


Zaterdagochtend was ik vroeg uit de veren. Ik wilde gaan pumpen met een vriendinnetje, en dat begint om 9 uur. Vroeg, ja. Maar goed: keerzijde is dan dat je een lekkere lange zaterdag hebt. Ik vind dat altijd wel fijn. Behalve dan bij het opstaan.. Maar goed, eenmaal uit bed wil het wel, als je maar even dóórzet. Prins was er ook al uit: die zou boodschapjes gaan halen. Ik trok mijn sportkleren aan, at twee boterhammen, dronk een kop koffie, poetste mijn tanden, pletste wat water in mijn gezicht, smeerde wat antirimpelcreme, schilderde mijn ogen op en maakte nog even snel gebruik van het toilet. Bij het doortrekken deed ik de bril omhoog, om even wcreiniger rond te sproeien, zoals elke ochtend. Helaas. Daar ging het mis.

Er hangt een wcblokhouder in het toilet. Tenminste.. die híng er, want ik zag hem in slow motion verdwijnen met het spoelwater. Ik wilde hem nog grijpen, maar ik deinsde terug omdat roeren in de wcpot niet mijn grootste hobby is. Ik liep naar Prins en vroeg om raad. Prins aarzelde niet en stroopte zijn mouw op. (Prins heeft onvermoede ranzige trekjes) Hij voelde onder in de pot, maar helaas; de Ambi Pur Spring was verschwunden.. Wij vreesden dat wij nu een groot probleem hadden. Maar goed, het was nog vroeg in de ochtend, en daar wij beiden niet zulke ochtendmensen zijn, struisvogelpolitiekten wij de ernst van de situatie weg. Prins zou om 12 uur vertekken naar een motorcross-happening in België, dus ik overwoog om de deur van het toilet maar op slot te draaien, voordat één van de kinderen er gebruik van zouden gaan maken. Dat zien we morgen dan wel weer..

Even later hoorde ik Prins het toilet nogmaals doortekken. En ik, ik dacht dat hij gewoon even had getest of het water weg wilde lopen. Toen hij terug kwam, meldde hij:"De wc zit echt wel verstopt." Wat had hij nu gedaan? In een onbezonnen moment dacht Prins: Hee, ik zal, vóór de gewone boodschapjes, eerst mijn eigen grote boodschap eens even gaan draaien. Tja, dat moet gebeuren, maar natuurlijk niet op een toilet wat net door je teerbeminde prinses onklaar is gemaakt! Maar, zoals ik al zei: Prins is 'sochtends niet op zijn best, dus dacht hij er verder niet bij na. Het laat zich raden wat er aan de hand was. Prins meldde gelaten dat hij de hele pot er dan wel even af zou draaien en de Spring-geur eigenhandig zou verwijderen. Ondertussen stond vriendinnetje al op de oprit te toeteren. Ik vroeg nog of ik dan maar thuis zou blijven om hem bij te staan. Neuh, dat hoefde niet.

Na een vruchtbaar uurtje sporten kwam ik weer thuis. Prins zat op de bank, dat vond ik een goed teken; het is waarschijnlijk gelukt, dacht ik. Ik liep naar hem toe en vroeg hoe het gegaan was. Prins keek mij met een vies gezicht aan en zei: "Goed hoor!" Ik vroeg waarom hij dan zo vies keek. (En ik herinnerde mij ineens dat hij vroeger, bij de poepluiers van de jongens al bijna over zijn nek ging. En bij het opruimen van de kots van de kat maakte hij altijd vreselijke geluiden. Één keer heeft hij daadwerkelijk naast de kots van de kat, zijn eigen breitje gedeponeerd. Hij kan nu eenmaal slecht tegen vieze luchtjes) Het laat zich raden wat hij onder de toiletpot aantrof. Inderdaad: De Ambi.Pur.Spring, alleen: Die rook naar aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vérre-van naar Lente. En na de aanblik plus geur van deze Lente plus zijn eigen fecaliën, deed Prins er maar een schepje bij boven op, en dropte zijn vomitus er over heen. Dat zal me een heerlijke melange gegeven hebben, zeg..! En dan is het nog geen half tien zaterdagochtend..!

Ik vind het achteraf gezien niet gek dat hij 'snachts uit België terug kwam en een biertje of zes te veel tot zich had genomen. Wat een start van je weekend...!

zaterdag 23 oktober 2010

Lief!

Vaak hoor je klagen over de normen en waarden van tegenwoordig. Ik kom dit uiteraard ook tegen, maar ga altijd wel eerst uit van het goede van de mens. En ik denk dat velen met mij dat ook wel doen. Bovendien denk ik niet dat dit persee iets van 'tegenwoordig' is; ook vroeger had je horken. En ja, ik weet ook wel dat de kinderen van tegenwoordig mondiger zijn, en dat de patienten zich niet meer met een kluitje in het riet laten sturen door artsen. Ze googlen wat af, en ik snap heus dat dit niet altijd even wenselijk is voor de artsen, want lastig plus dat het gegooglede niet altijd even betrouwbaar is. Kinderen die mondiger zijn: ik zie er geen kwaad in. Wat was er prettig aan : "Omdat ik het zég?" Onze ouders, of misschien de ouders daarvóór meer, hadden het maar gemakkelijk met makke kinderen die je maar een blik hoefde te werpen en dat ze dan meteen stil waren. Of het ook een leuke sfeer met zich mee bracht, betwijfel ik. Waarmee ik dus niet wil zeggen dat kinderen maar zo alles moeten mogen zeggen, begrijp mij goed: Ik heb er twee thuis die ik soms wel met de koppen tegen elkaar kan slaan eens moet berispen om de taal die ze uitkramen. Aan mij de schone taak om ze hier ook normen en waarden in bij te brengen. (Hoewel ik niet weet of dat nog wel gaat lukken, máár: Ze zijn buitenshuis tenminste wel beleefd en dat is ook wat waard)
Voordringen bij de kassa: Ik maak het allemaal mee. Maar negen van de tien mensen wachten gewoon netjes op hun beurt. Alleen die éne blijft wat langer in je geheugen staan. En ik weet ook nog toen ik een klein Evelyntje was, en er ook onwelriekende grijze dames en heren zich langs mij heen wrongen bij de bakker. Nee, dan ben je pas beleefd, als je een kind aan de kant schuift om twee minuten eerder thuis te zijn. En dat, lieve mensen, is al heul, heul lang geleden. Dus vroeger was echt niet alles beter!

Hoe kom ik hier nu allemaal bij? Nou. Ik was vanmiddag bij de plaatselijke AH. Ik moest nog wat kleine dingetjes hebben voor het weekend. Grote boodschappen hoefde ik nog niet speciaal te hebben, maar gewoon, iets lekkers voor de koffie en uiteraard wat gezonde dingen als melk, fruit, chocolade en groente. Nu hebben ze sinds vorige week een voetbalplaatjesactie. Ik ben niet van de voetbal, alleen als het mijn eigen mannen betreft, maar dáár zit het hem nu juist: Ze hebben van alle leden van de voetbalvereniging waar de Mannen bij zitten, foto's gemaakt en daarvan zijn nu voetbalplaatjes gemaakt. Zo leuk! Nu kom ik alleen zelden bij Albert Heijn. Alleen dus eigenlijk om wat kleine dingetjes te halen nog die ik vergeten was. Ik kreeg dus maar 2 pakjes, maar dat mag de pret niet drukken, we krijgen ze vast wel op één of andere manier vol. (Hoop ik) Jammer is dat Prins na vijf jaar leiderschap deze taak heeft neergelegd sonds dit seizoen en dus niet meer op die plaatjes staat. (Of zouden ze speciaal gewacht hebben tot hij weg was??)

Ik liep met mijn karretje naar de auto, kwam ondertussen een kennis tegen, kletste even, laadde de boodschappen in, en bracht het karretje terug. Komt er een auto aanrijden met een dame die ik niet ken, maar net in de rij achter mij bij de kassa had gezien. Ze doet het raampje naar beneden, en vraagt: "Wil jij nog voetbalplaatjes hebben?" Nou! Dat vond ik zó aardig! Helemaal toen ik zag dat ze er speciaal een rondje voor reed op de parkeerplaats, omdat ik net bij de uitgang stond, en zij er dus weer opreed om mij die plaatjes te geven. Geweldig! Iemand die mij helemaal niet kent, en zo'n moeite daar voor doet. Ik vind het geweldig! Ik zeg: de wereld is niet rot! Het zijn de rotte appels die het hardst stinken en dus de meeste aandacht vragen. Ik word in ieder geval heel erg blij van dit soort acties van lieve mensen!

vrijdag 22 oktober 2010

Mooi

Good old Herman. Ik heb hem vaak life gezien, meegesleept door Prins, die toen nog een jong Prinsje zonder kreukels was. Love him or hate him, maar spelen kon die. Soms ging het iets minder, maar vaker speelde hij de sterren van de hemel!
Het laatste liedje van zijn laatste album: ik vind het een lief liedje..!

maandag 18 oktober 2010

Calorie-rijke dag

Nadat ik vanmorgen als een witte tornado door het huis was geweest, alle ramen had gelapt, een paar boodschapjes had gedaan en even bij de bieb was geweest, zeeg ik neer aan de keukentafel. Hoe heerlijk is dat met een dikke plak chocolade! (Ik koop eigenlijk nooit chocolade, maar vandaag kon ik het niet weerstaan.) Heerlijk om dan zo in mijn eentje aan de keukentafel te zitten..

Vanavond bakte ik een boterkoek. Heul simpel en moddervet (535 caloriën per 100 gram) maar superlekker! Vooral als ie net uit de oven komt, en nét zover is afgekoelt dat je hem enigszins kunt snijden. Ik heb inmiddels al zoveel boterkoeken gebakken; ik zou het bijna blind kunnen. Het is altijd een groot succes hier bij de Mannen, en dus ook zó op!

Voor de variatie probeerde ik eens iets nieuws: Kletskoppen! Net de eerste geproefd, en mén wat zijn ze lekker! Vind ik dan, de meningen hier in huis zijn wat verdeeld.





Ze zien er volgens mij uit zoals ze er uit moeten zien. En ook echt S.A.S.-proof! Ze zijn wat taaier als die uit de winkel, maar dat kan ook komen doordat ze nog maar net uit de over zijn. Ik vind ze in ieder geval heerlijk, dus als de mannen het te min vinden: Ik kom er wel af!

Nu ik er over nadenk: Wat een gevreet vandaag! Het lijkt wel of ik zwanger ben, haha! (Gelukkig niet!) Morgen maar weer extra gewicht er aan bij Bodypump!

Jeuh!

Ik mag het eigenlijk nog niet verder vertellen, maar omdat hier toch geen hond mij echt kent,
en ik het toch echt even kwijt moet:







Ik word weer tante!!!!

Wat zou 't worden? Weer een Neef voor Tante Eef, of dit keer dan toch een meisje in de family?
Ik ben een gelukkig mensch!

Lazy Sunday Afternoon


Dat je -je zucht verbergend- dan maar aan het opvouwen van de was begint. Want Prins heeft al én de altijd iets mankerende fiets van de Oudste gerepareerd, de schuur opgeruimd én het aanrecht schoongepoetst. En omdat jij eigenlijk nog niets hebt gedaan -behalve de bedden afhalen- voel je je geroepen om dan die overvolle wasmand met schone was maar naar je toe te trekken.

Dat Prins dan zegt: "Nou, dan zal ik de bedden maar vast op gaan maken." En dat jij dan voor de vorm zegt: "Joh, als je even wacht, doen we het samen." (Waarbij je er van uit gaat dat hij zegt: Néé joh, dat doe ik wel vast!") En dat hij dan in werkelijkheid zegt: "Oh, okee."

En dat je dan lachend zegt:"Nou, jij bent ook met een natte vinger te lijmen!" En dat Prins dan zegt:"Ja, ik zei het ook alleen maar voor de vorm!"


zondag 17 oktober 2010

Generaties(kloof?)


Als ik weer hoor van een geboorte, denk ik altijd aan de geboortes van mijn eigen bloedjes. Met name die van Oudste, 24 november 1995. Het kind dat mij Moeder maakte. En ook moe maakte. Eigenlijk elke dag nog wel, nu ik er over nadenk. Want de testosteron tiert welig bij hem en soms zakt het hoofd mij moede te schouders. Maar ik zie het maar van de zonnige zijde: Wanneer hij dan een goed humeur heeft (vaak heul kort) en zomaar uit zichzelf iets áárdigs tegen mij zegt, kan ik daar minstens een week op teren.

Waarmee ik nu bedenk dat dit misschien wel heel onaardig over komt. Vooral voor mensen met kleine kinderen of mensen zonder kinderen. Mensen met pubers in huis zullen het misschien begrijpen. Want echt: Het is een doodgoeie jongen. Met een lief karakter, goede sociale vaardigheden en behulpzame trekjes. Alleen: Momenteel weet hij die zo allemachtig goed te verbergen, dat ik ze soms gewoon vergéét.

Toen hij bijna vijftien jaar geleden werd geboren, had ik graag even een kijkje in de toekomst genomen. Gewoon om te zien wat er in vredesnaam van hem zou worden. Want dat het niet lekker ging, dat kregen we meteen na de geboorte in de gaten. Een stuitbevalling was het: wat een horrorverhaal. Ik vind het on-be-grij-pe-lijk dat ze nog altijd niet standaard een keizersnee doen bij een stuitligging. (Toen was ik er blij om: Gelukkig, geen keizersnee, pff, wat heb ik mij daar in de weken er na schuldig over gevoeld!) Want Oudste werd met geweld de wereld op gesleurd: Twee mensen trokken aan zijn beentjes, twee duwden op mijn buik, drie mensen aanschouwden het tafereeltje en plop, daar was tie. "Knip", zei de schaar van de A.I.O, en weg was iedereen. Mét Oudste. Op weg naar het uitzuigkamertje werd nog even tegen Prins gezegd: "Hij heeft jóuw gezicht!" En het bleef stil. En stil. En ik dacht bij mezelf: "Ach ja. Ik kon mezelf al niet zo goed voorstellen als moeder". Net als toen ik zakte voor mijn rijbewijs, ik me niet kon voorstellen alleen in een auto te rijden. Één van de studenten-verloskunde kwam bij ons terug. (Ik zag later voor me hoe dát gegaan moest zijn: "Is er nog iemand bij de ouders? Nee? Ienemienemutte, jij moet terug." "Ik alwéér? De vorige keer mocht ik ook al niet zien hoe dat kindje werd aangeslingerd!" "Nou, dan ga jij maar!") En ik zei tegen het deerntje: "Het komt toch wel goed met hem?" En het deerntje zei: "Ik weet het niet." En ik dacht: Niets, eigenlijk. Leeg hoofd.

Ik weet ook eigenlijk niet wat ik dacht toen Oudste begon te schreeuwen. Wél wat ik dacht toen ze hem bij mij legden, met zijn hoofd tussen zijn voetjes: "Hij lijkt net een kikker. Dat zal toch wel over gaan? Anders hadden we hem beter Adriaantje kunnen noemen."(Nou ja, dat laatste dacht ik natuurlijk niet echt.) De kinderarts kwam en nam hem 'even' mee. Nog steeds drong de ernst van de situatie nog niet echt tot ons door. Ik werd gehecht, en belde intussen mijn moeder om te melden dat ze oma was geworden. (Echt!) "Alles goed"? vroeg ze. En ik zei: "Ja hoor, alles goed! Kom je kijken?" En ze kwamen. Samen met de andere verse opa en oma. Met ons allen mochten we bij wijze van uitzondering de couveuseafdeling op. Ik met bed en al. En pas daar, op dat moment, toen iedereen om mij heen stond te kakelen, keek Oudste mij aan, ik keek hem aan, en pas tóen voelde ik mij Moeder. Dat moment vergeet ik nooit weer. Okee, hij was nog niet gewassen, en lag aan allerlei toeters en bellen, maar dwars daar door heen kwamen mijn moedergevoelens boven. Maar nee, we mochten hem nog niet vasthouden. En: "Trouwens: Als je hem zo over zijn handje wrijft, zou hem wel eens te veel prikkels kunnen geven." Wat dus ook zo was, want in die nacht na zijn geboorte kreeg Oudste drie keer een flinke stuip. De nacht daar na nog eens twee keer. Er werd al gesproken over overplaatsing naar Utrecht. En nee, we gaan hem nog niet wassen. Hij was op vrijdag geboren, en op zondag zat hij nog steeds onder het bloed. Vreselijk. De nacht van zondag op maandag kwam hij goed door, helemaal stuipvrij. Dit zal ook wel iets te maken hebben gehad met de Luminal die hij toegediend kreeg. Het was echt net een pop; veel leven zat er niet in. Die maandag durfden ze het aan: In bad met dat joch, en als het goed gaat, mag tie ook eventjes bij moeder op schoot. Ik keek rond: Moeder, waar is die dan? Oh ja, dat ben ik. Want het was meer een kind van de verpleegsters dan van mij, ik durfde hem amper aan te raken, bang om hem 'te veel prikkels te geven'. Als er een alarm afging, zagen we meestal wel dat het een saturatie-daling was, en we wisten ook wel dat de verpleegsters eigenlijk niet veel méér deden dan hem aantikken en geruststellen, maar dat helemaal zelf doen, was echt gewoon eng. Wisten wij veel, piepkuikens die we waren.. Op vier december mocht Oudste naar het naastgelegen zaaltje ( een promotie), vijf december bracht De Sint een kadootje voor hem mee, en op zes december mochten wij hem mee naar huis nemen.

We hingen de vlag uit. Letterlijk. Geen bezoek gewenst vandaag, néé, ook geen opa's en oma's. Eerst maar even rustig met ons drieën. We pakten Oudste in  in een megagroot skipak, namen hem op de arm, keken schichtig nog een keer om, half verwachtend dat er gezegd zou worden: "Hee, waar gaan jullie met dat kind naar toe?" Maar we zagen alleen maar de dienstdoende verpleegsters naar ons staan zwaaien. Thuisgekomen zegen we neer op de bank, met Oudste in onze armen. Na een half uurtje: "Tja. En nu?" "Geen idee. Zullen we hem maar in zijn bed leggen?" "Ja, dat is misschien wel een goed plan." En Oudste schreeuwen, na ongeveer één minuut! "Tja. Zullen we hem er maar weer uit halen?" "Ja, dat is misschien ook wel een goed plan." WISTEN WIJ VEEL?! Wat doe je zoal met zo'n kind de hele dag? Wij hadden geen flauw benul! De opa's en de oma's toch maar gebeld dat ze 'savonds toch van harte welkom waren om voor de eerste keer hun eerste kleinkind vast te komen houden. Voor de éérste keer! Na veertien dagen! Tiswat..

Een turbulent jaar volgde, waarin we geen idee hadden hoe het verder zou gaan met Oudste. De kinderarts had gemeld bij zijn ontslag: "Tja, we weten niet hoe het verder gaat. Het kan zijn dat hij straks niets mankeert, of dat hij wat slingert met zijn beentje als hij hard loopt. Maar het kan óók zijn dat hij straks helemaal spastisch is." Oftwel: Informatie waar je niets mee kan. Oudste kreeg fysiotherapie voor onder andere zijn torticollis (Dat is pas bijzonder: de fysiotherapeut kon exact voorspellen welke beweging Oudste ging maken), de consternatiebureau-arts weigerde een DKTP-prik te geven, (heel goed van haar, maar dat had iéts minder bot gemogen), op controle bij de kinderarts en de neuroloog, en ondertussen was Oudste wél een wolk van een baby die vlug dóórsliep, zolang we maar een radio bij zijn bedje hadden staan, want stilte: daar kon die niet zo goed tegen. Hij lachte, hij brabbelde en hij liep zo'n drie weken na zijn eerste verjaardag.

En ook verder ontwikkelde hij zich volgens het boekje. In groep drie kwamen er wat problemen: Hij wás links, maar dácht rechts. Dat is wat onhandig. De hersenhelften werkten niet optimaal samen. Wel knap trouwens, hoe hij zo klakkeloos in spiegelschrift schreef, maar 'men' vond het toch beter dat hij leerde schrijven volgens de gevestigde orde. Daarom moest hij maar Sensomotorische Training krijgen. En echt hoor: dat heeft hem geholpen. Absoluut. Maar mensen: Mág een kind tegenwoordig ook nog iets mankéren? Want de therapeut wist niet van ophouden; er mankeerde altijd nog wel iéts. Na driekwartjaar heb ik de behandeling stopgezet. We hadden bereikt waar we voor gekomen waren, en dat was mooi. Maar ik vond het best een belasting voor hem dat hij eens per week vóór school eenhalf uur moest komen. (En ook voor mezelf en Jongste en die eendjes waren inmiddels moddervet van al dat brood wat wij hen voerden in de tussentijd)

Achteraf denk ik dat het een goede zet is geweest om te stoppen op het moment dat er bereikt was waar we voor kwamen: Als je eenmaal in die medische molen zit, is het lastig om je er uit te ontworstelen. In de brugklas kwamen er nog een paar fikse bergen waar we overheen moesten. Maar die bergen hebben hem ook gemaakt tot wat hij nu is: Een stevige kerel, met veel vriendjes en veel vertier, een stevige positie in een grote kring, waarin hij volop geniet van de goede dingen des levens. Waar hij zijn eigen grenzen verkent en die van ons ook. Waar hij goed weet om te gaan met geld, sociale druk en zeurende ouders.


Perfect? Nee, dat issie niet. Verre van, net als zijn moeder. Maar hij kan steeds zijn fouten onder ogen zien en er van leren. En dat maakt mijn moederhart elke dag trots. Net als dat hij elke dag het bloed onder mijn nagels weg zuigt. En zo hoort het ook, als puber!